EPOS vzw, Europese Programma’s voor Onderwijs, Opleiding en Samenwerking, is het Vlaamse agentschap voor de uitvoering van het Europese ‘een leven lang leren’-programma of LLP (Lifelong Learning Programme). Dit programma verzamelt de onderwijs en opleidingsprogramma’s van de Europese Unie en loopt van 2007 tot 2013.
Een leven lang leren
Voor onderwijs en opleiding geldt de subsidiariteitregel – de EU handelt enkel in materies die haar expliciet zijn toegewezen - waardoor het zwaartepunt van het beleid bij de lidstaten of hun deelstaten ligt. De Europese Unie werkt dus ondersteunend, bijvoorbeeld door onderzoek en samenwerking te promoten (in 1975 werd CEDEFOP opgericht als expertisecentrum voor beroepsonderwijs en –opleiding) of uitwisseling in het onderwijs te ondersteunen (begin jaren 80 begon men met proefprojecten voor studentenuitwisseling in het hoger onderwijs).
In 1987 ging Erasmus van start, een acroniem voor European Region Action Scheme for the Mobility of University Students. Het Erasmusprogramma werd in 1995 geïntegreerd in het Socratesprogramma, dat ook een nieuw programma inhield voor het schoolonderwijs: Comenius. Tegelijkertijd en parallel ermee ontstond het Leonardo da Vinci Programma voor beroepsonderwijs en –opleiding. Zowel Socrates als Leonardo da Vinci kregen een vervolg van 2000 tot 2006, waarbij Socrates aangevuld werd door het programma voor volwasseneneducatie Grundtvig. Vanaf 2007 besloot men om de verschillende programma’s te integreren in één overkoepelend programma: het ‘een leven lang leren’-programma (LLP).
EPOS is ook het Vlaamse coördinatieagentschap voor Europass en voor andere hoger onderwijsprogramma's als Erasmus Mundus en Erasmus Belgica.
Het LLP-programma loopt nog tot 2013. Vanaf 2014 zal een nieuw programma het huidige vervangen. Het nieuwe programma zal alvast kaderen in de Europa 2020 strategie, dat tot doel om van de EU een slimme, duurzame en inclusieve economie te maken. In het onderwijs streeft men om tegen 2020 de schooluitval te reduceren van 15% naar 10% en om het aantal 30 tot 35-jarigen met een diploma hoger onderwijs te doen toenemen tot 40%.

|