wo 9 september 2020

Wouter Kerkhove: een kijkje achter de schermen van Erasmus+

Of wat betekent het goedgekeurde meerjarig financieel kader in de EU voor Erasmus+ vanaf 2021?

Een kijkje achter de schermen met Wouter Kerkhove, Attaché Onderwijs en Vorming bij algemene afvaardiging van de Vlaamse regering bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de EU.

WIE IS WOUTER KERKHOVE?

Wouter vertegenwoordigt het departement Onderwijs en Vorming bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de EU sinds 2017. Elk land, en in ons geval ook deelstaten, stelt gespecialiseerde beleidsmedewerkers (attachés) aan, zoals voor onderwijs, die de werking van de Raad van ministers van de EU binnen hun vakgebied opvolgen. Ze vertolken het beleid, de missie en visie van de minister in de beleidsvoorbereidende Europese vergaderingen. “Als attaché volg ik de sectorale ontwikkelingen binnen onderwijs op, onderhoud ik contacten met de Europese instellingen en maak ik de terugkoppeling naar het Vlaamse niveau. We zijn eigenlijk lobbyisten maar dan namens een land of regionale overheid in plaats van een belangengroep of bedrijf”, zegt Wouter. Alle Europese beleidsbeslissingen, worden mee voorbereid door deze specialisten. Zij buigen zich over de voorstellen van de Europese Commissie en trachten uiteraard de prioriteiten van hun minister door te drukken. “Zeker het eerste anderhalve jaar was bijzonder pittig”, gaat hij verder, “heel veel studiewerk omdat ik me moest inwerken in de materie en in de formele en informele manier van werken binnen het Onderwijscomité van de Raad van de Europese Unie. Ik was dan wel vertrouwd met onderwijs, en vooral vorming, maar het bleek toch een hele kluif”. Voor Wouter startte als Attaché Onderwijs en Vorming, heeft hij enkele jaren Europass gecoördineerd en het terug helpen op de kaart zetten. Dat was ook VDAB niet ontgaan, en hij kreeg de kans om bij VDAB Europees beleidsmedewerker te worden te worden. “Ik deed mijn werk bij VDAB bijzonder graag: er was veel afwisseling, voldoende uitdaging en de gelegenheid om te netwerken. Toen ik echter de vacature voor attaché onderwijs en vorming onder ogen kreeg, kon ik dit niet zomaar laten passeren.”

MEERJARIG FINANCIEEL KADER

Vanuit zijn functie als Attaché bij de permanente vertegenwoordiging van België bij de EU volgt hij naast alle onderwijsdossiers zoals Erasmus+ ook dossiers op die een mogelijke impact op onderwijs kunnen hebben, zoals het Meerjarig Financieel Kader (MFK of in het Engels MFF, Multiannual Financial Framework. Het MFK is de meerjaren-begroting van de EU, die doorgaans een periode van 7 jaar bestrijkt. De jaarlijkse EU-begrotingen moeten telkens binnen deze MFK-limieten worden vastgelegd.

MFK VOOR 2021-2027

Na vier dagen en nachten zwaar onderhandelen bereikten de Europese leiders afgelopen juli eindelijk een akkoord over het herstelbeleid naar aanleiding van de Covid-19-pandemie en over het volgende Meerjarig Financieel Kader, waaronder ook het Erasmus+ budget valt. Het totale pakket is goed voor zowat 1.800 miljard euro.

“Het Erasmus+ budget is naar beneden bijgesteld”, verduidelijkt Wouter. “De Commissie ijverde voor iets meer dan 24 miljard euro in hun voorstel van mei 2020, wat al een serieuze bijsturing was van het in 2018 geopperde bedrag van 30 miljard euro.” Europees Raadsvoorzitter Charles Michel verminderde tijdens de onderhandelingen in juli het Erasmus+-budget uiteindelijk tot 21,2 miljard euro voor de komende zeven jaren en dit werd ook door de Raad aangenomen. Rekening houdend met inflatie komt dit zelfs uit op iets meer dan 24 miljard euro. Wouter benadrukt dat “dit niet goed klinkt, maar Erasmus+ behoort tot de winnaars van het budget als je dit vergelijkt met de vorige periode van 2014 tot en met 2020. Voor de EU28 was er tijdens die periode slechts €14.8 miljard vastgelegd. Het huidige budget is toch bijna 50% hoger terwijl het Verenigd Koninkrijk als grote begunstigde niet meer werd opgenomen in de nieuwe begroting.”

Maar hoe gebeurt de verdeling van dat totaal over de periode? Wordt het gewoon gedeeld door zeven, zodat elk jaar over evenveel middelen beschikt, of wordt er een andere verdeelsleutel gehanteerd? “Naar Europese traditie begint de begroting eerder conservatief en volgt er een grote stijging van de middelen naar mate het einde van de programmaperiode. Een negatief gevolg hiervan is dat het beschikbare budget voor 2021 op dit ogenblik kleiner zal zijn dan het huidige 2020 budget.”, legt Wouter uit. “Er wordt namelijk rekening gehouden met de gebruikelijke trage start van de nieuwe programma's in het eerste jaar. Bovendien wordt er in de mate van het mogelijke rekening gehouden met de gevolgen van de pandemie op het fysieke verkeer van studenten, docenten en jongeren in 2020 en 2021. Dit kan immers een grote invloed hebben op de uitvoering van de mobiliteitsmaatregelen.”

Voor Epos is dit een herkenbaar scenario: net als zeven jaar geleden zal Epos de verwachtingen van de begunstigden in de beginperiode moeten temperen. “De Europese Commissie liet wel al weten dat sommige nieuwe initiatieven eventueel niet in 2021 maar pas later in de programmaperiode gelanceerd worden.”, geeft Wouter nog mee. “Dit stelt hen in staat om niet alleen de nieuwe initiatieven voldoende uit te werken, maar mogelijk ook de verwachte daling in de bestaande kernacties wat te beperken.”

"We zijn eigenlijk lobbyisten maar dan namens een land of regionale overheid in plaats van een belangengroep of bedrijf”

Wouter Kerkhove

EN WAT NA DE GOEDKEURING?

De begroting voor de volledige EU is gekend voor de volgende zeven jaar, maar hoe moet het nu verder?

Eerst moet het Europees Parlement nog zijn goedkeuring geven aan het grote bereikte MFK akkoord van de staats- en regeringsleiders. “Hopelijk zal het Parlement zijn fiat nog eind deze maand geven. Het Parlement is echter niet onverdeeld gelukkig met het akkoord. Zo betreuren ze het lagere budget voor Erasmus+. Het valt echter af te wachten of het Parlement nog zaken kan wijzigen.”

Hoe dan ook kan er zonder dit akkoord niet verder worden gewerkt op sectoraal niveau, en dus ook het wetgevend kader rond Erasmus+ niet worden gefinaliseerd. Gelukkig is er al veel werk verricht. Zowel de Onderwijsministers binnen de Raad als het Europees Parlement hebben al eerder in 2018 en 2019 hun standpunten bekend gemaakt. Op vele technische vlakken hebben beide instellingen tijdens trilogen onder het Finse Voorzitterschap in 2019 al een voorlopig akkoord bereikt. Zo is beslist dat het nieuwe programma inclusiever moet zijn en zijn de grote klassieke KA1 en KA2 elementen vastgelegd.

Toch moeten er nog een paar belangrijke stappen genomen worden. Er zijn dan wel al budgetten per jaar gekend, maar die moeten nog verdeeld worden over de sectoren en de kernacties, en vervolgens nog eens over de lidstaten, en in geval van België over de Gemeenschappen.

“De formele budgetbesprekingen zullen vanaf september doorgaan.”, verduidelijkt Wouter. ”Het Duitse voorzitterschap bereidt discussiepapers voor en ook de Europese Commissie zal voorstellen formuleren voor een aangepaste verdeling van de budgetten.” En deze besprekingen kunnen binnen het Onderwijscomité snel gaan want “de expertise en de voorstellen van de Europese Commissie worden meestal grotendeels gevolgd”. Er zijn op dit moment wel nog enkele punten die de budgetdiscussie kunnen verhitten: “zo zijn er het budget en de inhoud voor Discover EU, de individuele mobiliteit van volwassenen en de budgetverdeling van de acties binnen sport naar aanleiding van de amendementen van het Europese Parlement.” Wouter vermoedt dat de Duitse Voorzitterschap zal streven naar een finaal akkoord met het Europees Parlement waarin alle uitstaande punten worden gesloten. Het is zeker de bedoeling om nog dit jaar te landen, zelfs al kan het nipt zijn, beëindigt Wouter zijn uiteenzetting.

Het worden dus nog spannende tijden voor alle stakeholders in Erasmus+.

Bijlagen