Mogelijke activiteiten – aanvraagjaar 2022

Activiteiten voor lerenden

LEERMOBILITEIT VAN LERENDEN (individueel of in groep)
WAT? Lerenden in volwasseneneducatie kunnen in het buitenland een leerperiode van korte duur doorbrengen in een formele of non-formele organisatie die actief is op het gebied van volwasseneneducatie of bij een partneraanbieder van volwasseneneducatie.

Individuele leermobiliteit omvat een individueel leerprogramma voor de lerende waarin verschillende formele en non-formele leermethodes verwerkt zijn. (werkplekleren, observaties, job-shadowing,…)

Groepsmobiliteit (minstens 2 per groep) omvat een programma voor de lerenden waarin verschillende formele en non-formele leermethodes verwerkt zijn. (werkplekleren, observaties, job-shadowing,…) en waarbij de focus ligt op het verwerven van kerncompetenties bij volwasseneducatie of de vier dimensies uit het Erasmus+ programma (duurzaamheid, inclusie, digitalisering en Europese identiteit)

WIE? In aanmerking komende deelnemers zijn lerenden binnen de formele en non-formele volwasseneneducatie. Deelnemers moeten zijn ingeschreven in een opleidingsprogramma binnen de volwasseneneducatie. Enkel kansarme lerenden komen in aanmerking. (geen houder diploma 3de graad of personen met een vervangingsinkomen)
WAAR? Het betreft uitgaande mobiliteit naar een programmaland (behalve België)
DUUR? Minimaal 2 – maximaal 30 dagen.

 

Activiteiten voor personeel

 

JOB SHADOWING
WAT?  Deelnemers kunnen een periode doorbrengen bij een ontvangende organisatie in het buitenland om nieuwe praktijken te leren en nieuwe ideeën op te doen door observatie en interactie met peers.
WIE? In aanmerking komende deelnemers zijn leerkrachten en opleiders en alle andere niet-onderwijzende deskundigen en personeelsleden die in initiële en voortgezette vormen van beroepsonderwijs en -opleiding werkzaam zijn.

In aanmerking komend niet-onderwijzend personeel omvat personeel dat werkzaam is bij aanbieders van initieel en voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding (zoals leidinggevenden, functionarissen voor internationale mobiliteit enz.) of bij andere organisaties die actief zijn in beroepsonderwijs en -opleiding (bv. opleiders in lokale partnerbedrijven, adviseurs, beleidscoördinatoren die belast zijn met beroepsonderwijs en -opleiding enz.).

In aanmerking komende deelnemers zijn leerkrachten en opleiders en alle andere niet-onderwijzende deskundigen en personeelsleden die binnen de volwasseneneducatie werkzaam zijn.
In aanmerking komend personeel omvat personeel dat werkzaam is bij aanbieders van formeel volwassenenonderwijs (zoals leidinggevenden, leerkrachten, coördinatoren functionarissen voor internationale mobiliteit enz.) of bij andere organisaties die actief zijn in de volwasseneneducatie (bv. personeelsleden, opleiders in lokale partnerbedrijven, adviseurs, beleidscoördinatoren die belast zijn met beroepsonderwijs en -opleiding enz.).
Deelnemers moeten werkzaam zijn bij de uitzendende organisatie of regelmatig werken met de uitzendende organisatie om de kernactiviteiten van de organisatie te helpen uitvoeren (bijvoorbeeld als externe opleiders, experten of vrijwilligers). In alle gevallen moeten de taken die de deelnemer verbinden met de uitzendende organisatie, zodanig worden gedocumenteerd dat het nationale agentschap dit verband kan verifiëren (bijvoorbeeld aan de hand van een arbeids- of vrijwilligersovereenkomst, een taakbeschrijving of een soortgelijk document).

WAAR? Het betreft uitgaande mobiliteit naar een programmaland (behalve België) of een partnerland (enkel mogelijk voor geaccrediteerde organisaties).
DUUR? Minimaal 2 dagen – maximaal 60 dagen.

 

ONDERWIJS- OF OPLEIDINGSOPDRACHT
WAT? Deelnemers kunnen een periode les of vorming geven bij een ontvangende organisatie in het buitenland om op die manier ook zelf te leren en uit te wisselen met peers.
WIE? De deelnemers kunnen een periode onderwijs of opleiding geven aan lerenden bij een gastorganisatie in een ander land, om op die manier te leren hoe zij hun taken moeten vervullen en om met collega’s van gedachten te wisselen.
WAAR? De activiteiten moeten plaatsvinden in het buitenland, in een programmaland.
DUUR? Minimaal 2 dagen – maximaal 365 dagen.

 

 

CURSUSSEN EN OPLEIDING
WAT? Activiteiten die erop gericht zijn de beroepsvaardigheden van een leerkracht, opleider of ander personeelslid te ontwikkelen via een gestructureerd leerprogramma met gedocumenteerde leerresultaten op individueel niveau, en die worden uitgevoerd door professionele opleiders of andere gekwalificeerde deskundigen. Deze activiteiten kunnen verschillende vormen aannemen, waaronder klassikaal leren, workshops, praktijkleren enz.
WIE? De deelnemers kunnen een gestructureerde cursus volgen of een vergelijkbare vorm van opleiding die wordt verstrekt door gekwalificeerde beroepsbeoefenaren en die gebaseerd is op een leerprogramma en leeruitkomsten die vooraf zijn vastgelegd. Bij de opleiding moeten deelnemers uit minstens twee verschillende landen betrokken zijn en er moet interactie mogelijk zijn met andere lerenden en met de opleiders.
WAAR? De activiteiten moeten plaatsvinden in het buitenland, in een programmaland.
DUUR? Minimaal 2 dagen – maximaal 30 dagen.

ANDERE ACTIVITEITEN

 

VOORBEREIDEND BEZOEK
WAT? Een organisatie kan een voorbereidend bezoek opzetten naar een ontvangende organisatie om een leermobiliteit voor te bereiden (om op die manier de leeractiviteit kwalitatief beter te maken).

Een voorbereidend bezoek kan niet gebruikt worden om een cursus / opleidingsactiviteit voor personeel voor te bereiden. Het voorbereidend bezoek kan ook niet gebruikt worden om een nieuwe projectaanvraag voor te bereiden.

WIE? Een voorbereidend bezoek kan uitgevoerd worden door:

  • een personeelslid dat betrokken is bij de organisatie van de leermobiliteit;
  • een lerende die aan een langdurende leermobiliteit (ErasmusPro) zal deelnemen
  • Een lerende met fewer opportunities die aan een kortdurende of langdurende leermobiliteit (ErasmusPro) zal deelnemen.

 

Per bezoek kunnen maximaal 3 personen deelnemen.

WAAR? Het betreft uitgaande mobiliteit naar een programmaland (behalve België) of een partnerland (enkel mogelijk voor geaccrediteerde organisaties).
DUUR? Niet bepaald.

 

ONTVANGEN VAN EEN EXPERT
WAT? Een organisatie kan experten naar hier uitnodigen om de kwaliteit van opleiden en leren in de ontvangende organisatie te verbeteren.
WIE? De expert moet over expertise beschikken die relevant is voor de noden en doelstellingen van de ontvangende organisatie.
WAAR? Het betreft inkomende mobiliteit uit een programmaland (behalve België).
DUUR? Minimaal 2 – maximaal 60 dagen.

 

ONTVANGEN VAN EEN LERAAR/OPLEIDER IN OPLEIDING
WAT? Organisaties kunnen als gastheer optreden voor leerkrachten in opleiding die een stageperiode in het buitenland willen vervullen. De gastorganisatie zal steun ontvangen om de activiteit op te zetten, terwijl de reiskosten en individuele steun voor de deelnemer moeten worden verstrekt door de uitzendende instelling (die daarvoor Erasmus+-financiering mag aanvragen).
WIE? Deelnemers die zijn ingeschreven in of pas zijn afgestudeerd (tot 12 maanden na afstuderen) aan een lerarenopleiding (of een vergelijkbaar onderwijsprogramma voor opleiders of vormingswerkers) in een ander programmaland.
WAAR? Het betreft inkomende mobiliteit van een programmaland (behalve België) naar de begunstigde of naar een lid van een consortium.
DUUR? Minimaal 10 – maximaal 365 dagen.