Ontdek het iMec digimeter rapport 2024

Digitalisering is een van de vier hoofdprioriteiten van het Erasmus+ programma. Erasmus+ stimuleert digitalisering in het onderwijs via internationalisering en streeft ernaar dat niemand de digitale overstap mist.

Daarom is het belangrijk om de vinger aan de pols te houden en te weten hoever het staat met de digitale geletterdheid van de Vlaming in het algemeen en van de jongeren in het bijzonder.

In dat verband is het iMec digimeter rapport 2024 een kostbare tool. De iMec digimeter brengt jaarlijks het digitale gedrag van Vlamingen in kaart, met onder meer enkele boeiende inzichten over het gebruik van AI.

Imec.digimeter 2024 biedt diepgaande inzichten in de digitale gewoonten, vaardigheden, attitudes en technologische trends van de Vlaamse bevolking. Deze studie brengt de digitale transformatie in de ruimste zin onder de Vlamingen in kaart.

Benieuwd naar de resultaten van de studie?

 

Download imec digimeter 2024

Een greep uit de belangrijkste conclusies

Smartphone als centraal toestel:

De smartphone verstevigt zijn positie als het meest onmisbare apparaat en fungeert als toegangspoort voor nieuws- en (sociale) mediaconsumptie, maar ook voor diensten zoals bankieren.

De Vlaming spendeert gemiddeld 182 minuten schermtijd per dag op zijn smartphone. Een aanzienlijk deel van die tijd gaat naar het gebruik van sociale media (46 min.), chatten (25 min.) en browsen (25 min.).

Sociale media:

Het aantal Vlamingen voor wie het gebruik van een sociaalmediaplatform en/of chatdienst een dagelijkse gewoonte is, stijgt licht, maar is met 86% eerder stabiel te noemen (+2%). Bij jongeren (18-24 jaar) ligt het gebruik het hoogst (98%).

Onder dit algemene status quo, is er voor het eerst ook een zekere saturatie waar te nemen. Zo is er een lichte daling (64%, -2) in het aantal Vlamingen die dagelijks zegt sociale media te gebruiken.

De Vlaamse ‘Homo digitalis’ (of de hybride middenweg):

Opvallend is de uitgesproken voorkeur voor een hybride dienstverlening, waarbij men de persoonlijke offline vorm kan blijven combineren met het gemak van een online toegangspoort.

Voor 7 van de 11 diensten die we bevragen, verkiest de Vlaming de hybride vorm: shoppen (65%), werken (62%), burgerzaken regelen (51%), persoonlijke administratie bijhouden (43%), en tickets kopen voor het openbaar vervoer (42%)…

De voorkeur voor een uitsluitend online gebruiksvorm zien we ondertussen bij 3 van de 11 diensten, namelijk: belastingbrief invullen (63%), bankzaken regelen (48%) en overheidscommunicatie ontvangen (42%).

Voor slechts één dienst blijft de voorkeur uitsluitend offline en dat is boodschappen doen (62%).

Kortom, na de (geforceerde) boost tijdens de coronacrisis naar en verkenning van de online dienstverlenings, lijkt de Vlaming duidelijk de voorkeur te geven aan een hybride middenweg.

De snelle verspreiding van AI:

2023 was het jaar van de doorbraak van AI. Deze vaststelling was vooral te wijten aan de nooit geziene snelheid van doorbraak en verspreiding van generatieve AI-toepassingen. Op één jaar tijd wisten AI-diensten om 18% actieve gebruikers te bekoren.

In 2024 vond generatieve AI heel snel de weg naar de massamarkt (sneller dan bv. TikTok of Netflix). In 2024 zegt 93% (+3) AI te kennen, beweert 71% (+14) AI ook uit te kunnen leggen, en maakte 45% (+11) van de Vlamingen gebruik van generatieve AI.

Het aantal actieve gebruikers van generatieve AI-toepassingen steeg naar 28% (+10). Bij de twee jongste categorieën is dat ondertussen twee derde van de 18-24-jarigen (68%, +26!) en de helft van de 25-34-jarigen (46%, +14).

Jongeren bezorgd om privacy:

Van alle Vlamingen die ooit internet gebruikten, blijft meer dan de helft (56%) bezorgd om de privacy. Algemeen ontbreekt bij drie op vier Vlamingen (73%, +2) het gevoel van controle over de persoonlijke informatie die van hen verzameld en gebruikt wordt, en blijft de Vlaming zich storen aan het gebrek aan transparantie hierover (71%).

Vooral bij jongeren lijkt die bezorgdheid om de privacy sterk te stijgen. Een sterk toegenomen aantal, en bijna zeven op tien 18-24-jarigen stoort zich aan bedrijven die niet transparant zijn over welke gegevens men over hen gebruikt (69%), of aan het gebrek aan controle over de eigen persoonlijke data en informatie (66%).
Als gevolg van die bezorgdheid is er zowel bij de 18-24-jarigen (31%) als bij de Vlaming in het algemeen (25%) een verdere daling in de bereidheid persoonlijke data te delen, vooral dan ten opzichte van de grote sociale media- en technologiebedrijven.