Home Projectaanvraag Erasmus+ KA2 Samenwerking tussen Organisaties Partnerschappen voor capaciteitsopbouw Projecten voor capaciteitsopbouw in beroepsonderwijs en -opleiding

Projecten voor capaciteitsopbouw in beroepsonderwijs en -opleiding

Projecten voor Capaciteitsopbouw in Beroepsonderwijs en -Opleiding (Capacity Building Projects in Vocational Education and Training) zijn internationale samenwerkingsprojecten die berusten op multilaterale partnerschappen tussen organisaties die actief zijn op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding in programmalanden en partnerlanden. Het doel van de projecten is het ondersteunen van de relevantie, toegankelijkheid en ontvankelijkheid van instellingen en systemen voor beroepsonderwijs en -opleiding in partnerlanden als motor voor duurzame sociaal-economische ontwikkeling.

Thema’s

Voorstellen moeten gericht zijn op een of meer van de volgende thema’s:

  • werkplekleren (voor jongeren en/of volwassenen);
  • mechanismen voor kwaliteitsborging;
  • de beroepsontwikkeling van leerkrachten/opleiders in beroepsonderwijs en -opleiding;
  • sleutelcompetenties, waaronder ondernemerschap;
  • afstemming van vaardigheden in toekomstgerichte economische sectoren;
  • steun voor de ontwikkeling van groene en digitale vaardigheden voor de dubbele transitie.

 

Daarnaast kan de aanvrager themagebieden behandelen die niet hierboven zijn beschreven. Hieruit moet blijken dat zij bijzonder geschikt zijn om aan de doelstellingen van de oproep en de vastgestelde behoeften te voldoen.

Activiteiten

De voorgestelde activiteiten moeten rechtstreeks verband houden met de doelstellingen en themagebieden van de actie: zij moeten aansluiten bij een of meer van bovengenoemde themagebieden en moeten nader worden toegelicht in een projectbeschrijving die de gehele uitvoeringsperiode bestrijkt.

In de context van deze internationale wereldwijde actie moeten projectactiviteiten gericht zijn op het opbouwen en versterken van de capaciteit van organisaties die actief zijn op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding, voornamelijk in de partnerlanden waarop de actie betrekking heeft.

Geografische spreiding bij budgettoekenning

De geografische streefdoelen voor deze actie zijn:

  • Noord-, Midden- en Zuid-Amerika en Caraibisch gebied: er wordt voorrang gegeven aan regionale projecten (projecten waarbij meer dan één in aanmerking komend partnerland is betrokken) of projecten in landen met lage en middeninkomens;
  • Afrika ten zuiden van de Sahara: voorrang zal worden gegeven aan de minst ontwikkelde landen; bijzondere nadruk wordt ook gelegd op landen met migratieprioriteit; geen enkel land zal meer dan 8 % van de voor de regio voorziene financiering ontvangen.
  • Westelijke Balkan: er wordt voorrang gegeven aan de mobiliteit van lerenden.

 

Welke organisaties kunnen deelnemen?

In aanmerking komende deelnemende organisaties:

  • aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding die wettelijk gevestigd zijn in een programmaland of een partnerland in de regio’s 1, 2, 3, 4, 9, 10 en 11 (behalve Wit-Rusland);
  • andere publieke of particuliere organisaties die actief zijn op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding en op de arbeidsmarkt en die wettelijk gevestigd zijn in een programmaland of een partnerland in de regio’s 1, 2, 3, 4, 9, 10 en 11 (behalve Wit-Rusland
  • geassocieerde partners uit de publieke of particuliere sector die bijdragen aan de uitvoering van specifieke taken/activiteiten van het project en de verspreiding en duurzaamheid van het project ondersteunen. Voor kwesties van contractbeheer worden geassocieerde partners niet als projectpartners beschouwd en zij krijgen geen financiële steun.

Projecten voor capaciteitsopbouw zijn transnationaal en omvatten ten minste vier organisaties uit ten minste drie landen: ten minste één organisatie uit twee verschillende programmalanden en ten minste twee organisaties uit ten minste één in aanmerking komend partnerland. Het aantal organisaties uit programmalanden mag niet hoger zijn dan het aantal organisaties uit partnerlanden.

Wat is de mogelijke financiering?

Voor deze projecten (met een duurtijd van 12, 24 of 36 maanden) bedraagt de financiële ondersteuning minimaal €100.000 en maximaal €400.000.

Hoe gebeurt de aanvraag?

De aanvraag gebeurt door één van de partners uit een programmamaland, die de projectaanvraag doet namens alle deelnemende organisaties.

Aanvragen moeten ingediend worden via het Funding & Tender Portal, ten laatste op 31 maart om 17:00 uur (Belgische tijd).

Meer informatie?

Uitgebreide informatie vind je in de Erasmus+ Programmagids 2022.

Deze actie wordt beheerd door het Europees Uitvoerend Agentschap Onderwijs en Cultuur (EACEA).