1. Horizontale prioriteiten

  • Inclusie en diversiteit op alle gebieden van onderwijs, opleiding, jeugd en sport: met het programma worden projecten ondersteund die de sociale inclusie bevorderen en erop gericht zijn kansarmen beter te bereiken, waaronder mensen met een handicap en mensen met een migrantenachtergrond en mensen in landelijke en afgelegen gebieden, zoals ultraperifere regio’s, mensen die kampen met genderongelijkheid, sociaaleconomische problemen of andere mogelijke vormen van discriminatie op basis van geslacht, ras of etnische oorsprong, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid. Deze projecten zullen de belemmeringen waarmee deze groepen worden geconfronteerd, helpen aanpakken en bijdragen aan een inclusieve omgeving die billijkheid en gelijkheid bevordert en beantwoordt aan de behoeften van de ruimere gemeenschap. In het kader van deze prioriteit zal het programma projecten ondersteunen die educatieve activiteiten bevorderen en de integratie van mensen die de oorlog in Oekraïne ontvluchten in hun nieuwe leeromgevingen vergemakkelijken.

 

  • Milieu en de strijd tegen klimaatverandering: met het programma wordt beoogd in alle sectoren activiteiten te ondersteunen die mensen meer bewustmaken van de groene transitie, van de uitdagingen op het gebied van milieu en klimaatverandering. Voorrang zal worden gegeven aan projecten die gericht zijn op het ontwikkelen van competenties in verschillende sectoren waar duurzaamheid een rol speelt, en het ontwikkelen van groene sectorspecifieke strategieën en methoden, alsook toekomstgerichte curricula die beter voldoen aan de behoeften van individuen. Het programma ondersteunt ook het testen van innovatieve praktijken om lerenden, personeel en jeugdwerkers voor te bereiden om zelf echt een verschil te kunnen maken (bv. grondstoffen besparen, energieverbruik en afval verminderen, CO2-uitstoot compenseren, kiezen voor duurzaam voedsel en vervoer enz.). Voorrang zal ook worden gegeven aan projecten die — door middel van onderwijs-, opleidings-, jeugd- en sportactiviteiten — gedragsveranderingen mogelijk maken op het gebied van individuele voorkeuren, consumptiegewoonten en levensstijl, in overeenstemming met het initiatief voor een Nieuw Europees Bauhaus; de duurzaamheidscompetenties van vormingswerkers en onderwijsleiders ontwikkelen en de geplande benaderingen van de deelnemende organisaties tot milieuduurzaamheid ondersteunen.

 

  • De digitale transformatie aanpakken door digitale paraatheid, veerkracht en capaciteit te ontwikkelen: het programma zal plannen voor digitale transformatie in instellingen voor basisonderwijs, secundair onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding, hoger onderwijs en volwasseneneducatie ondersteunen. Daarbij zal prioriteit worden verleend aan projecten die de capaciteit en de paraatheid van instellingen moet vergroten om een doeltreffende verschuiving naar digitaal onderwijs te bewerkstelligen. Het programma zal het doelmatige gebruik van digitale technologieën in onderwijs, opleiding, jeugdwerk en sport ondersteunen voor het onderwijzen, het leren, het beoordelen en het aangaan van een dialoog. Dit omvat de ontwikkeling van een digitale pedagogie en deskundigheid inzake het gebruik van digitale hulpmiddelen door leerkrachten, met inbegrip van toegankelijke en ondersteunende technologieën en het ontwerp en innovatieve gebruik van digitale onderwijsinhoud. Het omvat tevens de ontwikkeling van de digitale vaardigheden en competenties van de gehele bevolking via passende programma’s en initiatieven. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan het stimuleren van gendergelijkheid en het aanpakken van verschillen met betrekking tot de toegang ertoe en het gebruik ervan door ondervertegenwoordigde groepen. Het programma zal ook het gebruik van de Europese kaders inzake de digitale competenties van vormingswerkers, burgers en organisaties verder ondersteunen.

 

  • Gemeenschappelijke waarden, burgerzin en burgerparticipatie: het programma is gericht op ondersteuning van actief burgerschap en ethiek binnen levenslang leren; het bevordert de ontwikkeling van sociale en interculturele competenties, kritisch denken en mediageletterdheid. Voorrang zal ook worden gegeven aan projecten die mensen mogelijkheden bieden om deel te nemen aan de democratie en maatschappelijke betrokkenheid en burgerzin te tonen door middel van formele of niet-formele leeractiviteiten, zoals activiteiten om meer bekendheid te geven aan de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2024 en de deelname aan die verkiezingen te bevorderen. De focus zal ook liggen op mensen meer bewustmaken van en meer kennis bieden over de context van de Europese Unie, met name wat betreft de gemeenschappelijke EU-waarden, de beginselen van eenheid en diversiteit, en hun culturele bewustzijn en maatschappelijke en historische erfgoed.

2. Prioriteiten domein hoger onderwijs

Er zal voorrang worden gegeven aan acties die essentieel zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese onderwijsruimte. Het is de bedoeling om de sector hoger onderwijs te ondersteunen om nog meer onderling verbonden, innovatief, inclusief en digitaal te worden. Daartoe zal het programma worden gebruikt om een veel diepere, interdisciplinaire samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs en de bijbehorende innovatie-ecosystemen aan te moedigen en de koppelingen tussen onderwijs, onderzoek en innovatie te versterken. De nadruk zal in het bijzonder liggen op het versterken van inclusie, mobiliteit, digitalisering, een leven lang leren, kwaliteitsborging en automatische erkenning. De onderliggende doelstelling bestaat erin de transformatie van het hoger onderwijs in heel Europa te versnellen, teneinde toekomstige generaties op te leiden voor de cocreatie van kennis voor een veerkrachtige, inclusieve en duurzame samenleving.

  • Onderling verbonden hogeronderwijsstelsels bevorderen: Met het programma wordt beoogd de strategische en gestructureerde samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs te versterken door middel van: a) steun voor het ontwikkelen en testen van diverse soorten samenwerkingsmodellen, waaronder virtuele samenwerking en gemengde samenwerking, en het gebruik van verschillende digitale hulpmiddelen en onlineplatforms; b) het verbeteren van de mobiliteit door werk te maken van de automatische wederzijdse erkenning van kwalificaties en leerresultaten, en door mobiliteit te integreren in de curricula; c) steun voor instellingen voor hoger onderwijs om de beginselen en hulpmiddelen van Bologna toe te passen, met inbegrip van het bevorderen van fundamentele academische waarden en de normen en richtsnoeren voor kwaliteitsborging, en instrumenten om de mobiliteit voor iedereen te verbeteren; d) steun voor instellingen voor hoger onderwijs in nauwe samenwerking met de vertegenwoordigers van de lidstaten om proefprojecten voor innovatieve samenwerking en acties op te starten; e) steun voor de uitvoering van een papierloos Erasmus+, de invoering van de Europese studentenidentificatiecode (ESI – European Student Identifier) en de Europese studentenkaart.

 

  • Innovatieve leer- en lespraktijken stimuleren: om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken en innovatie en ondernemerschap te bevorderen via steun voor: a) de ontwikkeling van op leerresultaten en op studenten gerichte curricula die beter voldoen aan de leerbehoeften van studenten en de discrepanties tussen de vraag naar en het aanbod van vaardigheden beperken en ondernemerschap bevorderen, terwijl ze ook relevant zijn voor de arbeidsmarkt en voor de bredere samenleving, bijvoorbeeld door personeel uit het bedrijfsleven en de arbeidswereld uit te nodigen of door curricula samen te stellen met input van de industrie, met inbegrip van kmo’s; b) de ontwikkeling, het testen en de toepassing van flexibele leertrajecten en modulaire cursussen (deeltijd, online of gemengd) en geschikte beoordelingsvormen, met inbegrip van de ontwikkeling van onlinebeoordelingen; c) het bevorderen van de dimensie van een leven lang leren in het hoger onderwijs, onder meer door het onderzoeken van de mogelijkheden voor het gebruik, de validering en de erkenning van korte cursussen die tot microcredentials leiden; d) het uitvoeren van transdisciplinaire benaderingen en innovatieve onderwijsmethoden, zoals omgekeerd leren, samen internationaal leren online en onderzoeksgebaseerd leren en intensieve programma’s voor gecombineerd afstands- en contactonderwijs, die de verwerving van overdraagbare toekomstgerichte vaardigheden en ondernemerschap ondersteunen door een op uitdagingen gebaseerde aanpak.

 

  • STEM/STEAM ontwikkelen in het hoger onderwijs, en met name de participatie van vrouwen in STEM: Met deze prioriteit wordt steun verleend voor de ontwikkeling en uitvoering van geschikte curricula voor STEM in het hoger onderwijs, die een STEM-benadering volgen; het bevorderen van de participatie van vrouwen in STEM-studiegebieden en in het bijzonder in techniek, ICT en geavanceerde digitale vaardigheden; de ontwikkeling van begeleidings- en mentoring-programma’s voor studenten, in het bijzonder meisjes en vrouwen, om voor STEM- en ICT-studiegebieden en -beroepen te kiezen; het stimuleren van genderbewuste onderwijs- en opleidingspraktijken in het STEM-onderwijs; het wegnemen van genderstereotiepen in STEM.

 

  • Excellentie in leren, lesgeven en ontwikkeling van vaardigheden belonen: door a) strategieën en een kwaliteitscultuur te ontwikkelen en uit te voeren om excellentie in lesgeven, met inbegrip van online lesgeven, een betere kwaliteit van studie-ervaringen en lesgeven voor kansarme lerenden, studentgericht leren en onderwijs in het hoger onderwijs, te belonen, en steun te verlenen voor flexibele en aantrekkelijke academische loopbanen, waarbij lesgeven, onderzoek, ondernemerschap, management en leiderschap worden gewaardeerd; b) wetenschappers te trainen in nieuwe en innovatieve pedagogische methoden, met inbegrip van onderwijs in online of gemengde omgevingen, transdisciplinaire benaderingen, nieuwe curriculumontwerpen, uitvoerings- en beoordelingsmethoden die waar mogelijk onderwijs koppelen aan onderzoek en innovatie, c) nieuwe praktijken op het gebied van pedagogische engineering te ontwikkelen op basis van onderwijskundig onderzoek en creativiteit.
  • De digitale en groene capaciteit van de sector voor hoger onderwijs ondersteunen: door a) acties die de uitvoering mogelijk maken van het Europese studentenkaart-initiatief door middel van een veilige elektronische overdracht van studentengegevens tussen instellingen voor hoger onderwijs, met volledige eerbiediging van de bescherming van persoonsgegevens en waar mogelijk gekoppeld aan de nieuwe Europass; b) de ontwikkeling van digitale vaardigheden en competenties bij studenten en personeel.
  • Stelsels voor inclusief hoger onderwijs opbouwen: In het kader van het programma zullen inclusieve benaderingen voor de mobiliteits- en samenwerkingsactiviteiten worden gestimuleerd, zoals a) ondersteuning van het onderwijs aan vluchteling-studenten en -personeel, en ondersteuning van de instellingen en het personeel van de gastlanden bij het aanpakken van dit streven, b) hogere toegangs-, deelname- en voltooiingspercentages onder kansarme personen, met inbegrip van ondervertegenwoordigde groepen, ook door het ontwikkelen van vrijwillige kwantitatieve doelstellingen; c) actieve ondersteuning voor binnenkomende mobiele deelnemers bij het vinden van accommodatie, onder meer door middel van samenwerking met de relevante belanghebbenden voor het leveren van geschikte en betaalbare huisvesting; d) ondersteuning van de geestelijke gezondheid van studenten en academici; e) het stimuleren van het genderevenwicht in instellingen voor hoger onderwijs, in alle studiegebieden en in leidinggevende functies; f) het stimuleren van burgerzin door informeel leren en buitenschoolse activiteiten te bevorderen en vrijwilligers- en gemeenschapswerk in academische resultaten te erkennen.
  • Innovatie en ondernemersvaardigheden van studenten ondersteunen: Het programma zal ondersteuning bieden voor innovatie en ondernemerschap in het hoger onderwijs, onder meer met a) steun voor de oprichting en werking van “levende laboratoria” en starterscentra binnen instellingen voor hoger onderwijs, in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en andere relevante actoren, om innovatief leren en onderwijs te ondersteunen en student-ondernemers te helpen hun ideeën te ontwikkelen tot bedrijven, b) steun voor leer- en onderwijspartnerschappen met commerciële en niet-commerciële organisaties in de particuliere sector die de kennismaking van studenten met innovatie en ondernemerschap bevorderen.

 

 

3. Prioriteiten domein schoolonderwijs

  • Het aanpakken van leerachterstand, voortijdig schoolverlaten en beperkte basisvaardigheden: Deze prioriteit moet het voor alle lerenden mogelijk maken om te slagen, in het bijzonder voor kansarme lerenden. Deze prioriteit omvat monitoring, het snel identificeren van leerlingen die risico lopen, een preventieve aanpak waarbij snel wordt ingegrepen voor lerenden met problemen, de bevordering van sterker op de lerende gerichte benaderingen, de bevordering van het welzijn en de geestelijke gezondheid van lerenden en leerkrachten, en bescherming tegen pesten op school. Op het niveau van de scholen worden met deze prioriteiten holistische benaderingen tot lesgeven en leren ondersteund, alsook samenwerking tussen alle actoren in scholen en met gezinnen en andere externe belanghebbenden. Tot slot ligt de nadruk op het strategische niveau op het vlotter maken van de overgang tussen de verschillende onderwijsfasen, het verbeteren van de evaluatie en het ontwikkelen van sterke systemen voor kwaliteitsborging.

 

  • Leerkrachten, schoolleiders en andere onderwijzende beroepen ondersteunen: In het kader van deze prioriteit worden beroepsbeoefenaars in onderwijzende beroepen (waaronder opleiders van leerkrachten) ondersteund in alle fasen van hun loopbaan. Projecten binnen deze prioriteit kunnen zowel gericht zijn op het verbeteren van de initiële opleiding van leerkrachten als op hun voortdurende professionele ontwikkeling, in het bijzonder door het beleidskader en de concrete mogelijkheden voor de mobiliteit van leerkrachten te verbeteren. Een tweede aandachtsgebied binnen deze prioriteit is het aantrekkelijker en diverser maken van onderwijzende loopbanen en het versterken van de selectie, de aanwerving en de evaluatie voor onderwijzende beroepen. Tot slot kunnen projecten ook directe ondersteuning bieden voor de ontwikkeling van sterker schoolleiderschap en innovatieve onderwijs- en beoordelingsmethoden.

 

  • Ontwikkeling van sleutelcompetenties: In projecten in het kader van deze prioriteit ligt de nadruk op het bevorderen van samenwerking over de curricula heen, door innovatieve leerbenaderingen te gebruiken, creativiteit te ontwikkelen, leerkrachten te ondersteunen om op competenties gebaseerd onderwijs te verstrekken en de beoordeling en validering van sleutelcompetenties te ontwikkelen.

 

  • Een integrale benadering van taalonderwijs en -verwerving bevorderen: Deze prioriteit omvat projecten waarin gewerkt wordt rond het ondersteunen van de integratie van taal in de verschillende dimensies van de curricula en het waarborgen dat lerenden de nodige taal-competenties verwerven tegen het einde van het verplichte onderwijs. Het mainstreamen van het gebruik van nieuwe technologieën voor het leren van talen maakt ook deel uit van de inspanningen in het kader van deze prioriteit. Tot slot wordt met deze prioriteit ondersteuning geboden aan projecten die kunnen helpen om taalbewuste scholen te creëren en die voortbouwen op de toenemende linguïstische diversiteit in scholen, bijvoorbeeld door vroege taalverwerving en -bewustzijn te stimuleren en tweetalige onderwijsopties te ontwikkelen (vooral voor grensregio’s en gebieden waar de inwoners meer dan één taal gebruiken).

 

  • De interesse in en excellentie op het gebied van wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM) bevorderen en de STEAM-benadering: In het kader van deze prioriteit worden projecten ondersteund die de STEM-benadering van onderwijs bevorderen door middel van interdisciplinair onderwijs in culturele, milieu-, economische, ontwerp- en andere contexten, waarbij met name de belangstelling van meisjes voor STEM wordt bevorderd. Deze prioriteit omvat de ontwikkeling en bevordering van doeltreffende en innovatieve leer- en beoordelingsmethoden. Het ontwikkelen van partnerschappen tussen scholen, bedrijven, instellingen voor hoger onderwijs, onderzoeksinstellingen en de bredere samenleving is bijzonder waardevol in deze context. Op strategisch niveau moet deze prioriteit de ontwikkeling van nationale STEM-strategieën bevorderen.

 

  • Voor- en vroegschoolse educatie en opvang van hoge kwaliteit ontwikkelen: Deze prioriteit is gericht op het bevorderen van de uitvoering van het EU-kwaliteitskader voor onderwijs- en opvangstelsels van hoge kwaliteit voor jonge kinderen in samenhang met de aanbeveling van de Raad van 2019 betreffende dergelijke stelsels. Het omvat projecten waarmee ondersteuning wordt geboden voor initiële en postinitiële professionele ontwikkeling van medewerkers die betrokken zijn bij het organiseren, leiden en verstrekken van onderwijs en opvang voor jonge kinderen. Daarnaast wordt in het kader van deze prioriteiten ook ondersteuning geboden om strategieën en praktijken te creëren, te testen of uit te voeren om de deelname van alle kinderen in onderwijs en opvang voor jonge kinderen te stimuleren, waaronder kansarme kinderen.

 

  • Erkenning van de leerresultaten voor deelnemers aan grensoverschrijdende leermobiliteit: Deze prioriteit moet helpen om de aanbeveling van de Raad betreffende automatische wederzijdse erkenning in de praktijk te brengen. Met deze prioriteit worden grensoverschrijdende klassenuitwisselingen als onderdeel van schoolprogramma’s, de opbouw van de capaciteit van scholen om leerperioden in het buitenland te organiseren voor hun leerlingen en de totstandbrenging van langdurige partnerschappen tussen scholen in verschillende landen ondersteund. Op het strategische niveau is deze prioriteit erop gericht de schoolautoriteiten op alle niveaus nauwer te betrekken bij de inspanningen om de erkenning te verzekeren en ondersteunt zij de ontwikkeling en het delen van hulpmiddelen en praktijken voor het voorbereiden, monitoren en erkennen van perioden in het buitenland.

4. Prioriteiten domein beroepsonderwijs en -opleiding

  • Het aanpassen van beroepsonderwijs en opleiding aan de behoeften van de arbeidsmarkt: Dit omvat het ondersteunen van de ontwikkeling van programma’s voor beroepsonderwijs en opleiding die een evenwichtige mix van beroepsvaardigheden aanbieden en kansen voor werkplekleren creëren die goed zijn afgestemd op alle economische cycli, evoluerende banen en werkmethoden en sleutelcompetenties. Deze prioriteit stimuleert ook de ontwikkeling van curricula, aangeboden programma’s en kwalificaties voor beroepsonderwijs en opleiding, die regelmatig worden bijgewerkt op basis van inzichten over vaardigheden. De projecten zullen erop gericht zijn aanbieders van beroepsonderwijs en opleiding te ondersteunen bij het aanpassen van hun aanbod aan de veranderende behoeften aan vaardigheden, de groene en de digitale transitie en de economische cycli.

 

  • Het vergroten van de flexibiliteit van kansen op het gebied van beroepsonderwijs en opleiding: Met deze prioriteit worden initiatieven ondersteund die flexibele, op de lerende gerichte programma’s voor beroepsonderwijs en opleiding ontwikkelen en bijdragen aan het dichten van de bestaande kloven in de toegang tot opleidingen voor volwassenen in de arbeidsgeschikte leeftijd om goed om te gaan met transities op de arbeidsmarkt. Projecten in het kader van deze prioriteit dragen ook bij aan de ontwikkeling van programma’s voor voortgezet beroepsonderwijs die aan de arbeidsmarkt kunnen worden aangepast, en van programma’s die de overdracht, erkenning en verzameling vergemakkelijken van leerresultaten die tot nationale kwalificaties leiden.

 

  • Het bijdragen aan innovatie in beroepsonderwijs en opleidingen: In het kader van deze prioriteit worden projecten ondersteund die er hoofdzakelijk op zijn gericht de manier waarop beroeps-onderwijs en opleiding wordt uitgevoerd te veranderen, om beroepsonderwijs en opleiding relevanter te maken voor de huidige en toekomstige behoeften van de economie en de samenleving. Deze veranderingen kunnen organisatorisch van aard zijn (planning, financiering, personeelsbeheer, monitoring en communicatie). Zij kunnen ook betrekking hebben op onderwijs en leerprocessen, via de ontwikkeling en uitvoering van nieuwe, meer relevante onderwijs en leerbenaderingen. Deze veranderingen kunnen verband houden met het ecosysteem van aanbieders van beroepsonderwijs en opleiding en met de manier waarop zij samenwerken met partners, bijvoorbeeld via de verspreiding van technologie en toegepast onderzoek, pleit-bezorging, netwerkvorming en internationaliseringsactiviteiten. Zij kunnen ook gericht zijn op de ontwikkeling en het aanbieden van producten en diensten op het gebied van beroepsonderwijs en opleiding (bv. de ontwikkeling van vaardigheden, toegepast onderzoek en adviesdiensten) aan externe actoren, zoals studenten, bedrijven en overheden.

 

  • Het aantrekkelijker maken van beroepsonderwijs en -opleiding: Er zal voorrang worden gegeven aan projecten die beroepsonderwijs en -opleiding op verschillende niveaus aantrekkelijker helpen maken. Voorbeelden van dergelijke projecten zijn projecten waarbij wordt gewerkt aan een betere doorstroming tussen diverse onderwijsniveaus, projecten die open en participatieve leeromgevingen stimuleren, projecten die de beroepsontwikkeling van leerkrachten en opleiders in beroepsonderwijs en -opleiding ondersteunen of projecten die de erkenning van leerresultaten en het gebruik van Europass en andere digitale diensten vergemakkelijken. In het kader van deze prioriteit wordt ook steun verleend aan projecten die langdurige partnerschappen tot stand brengen om internationale, nationale, regionale en sectorale vaardigheidswedstrijden op te zetten of verder te ontwikkelen. Het effect van deze activiteiten kan worden geoptimaliseerd door nauw samen te werken met ondernemingen, aanbieders van beroepsonderwijs en
    -opleiding, kamers van koophandel en andere relevante belanghebbenden in de verschillende fasen van de projectcyclus.

 

  • Het verbeteren van de kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding: Deze prioriteit is gericht op het meten en verbeteren van de kwaliteit van beroepsonderwijs en -opleiding door nationale systemen voor kwaliteitsborging te ontwikkelen, voor zowel initieel als voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding, in alle leeromgevingen en leervormen, aangeboden door zowel publieke als particuliere aanbieders. Dit omvat meer in het bijzonder het opzetten en testen van volgsystemen voor afgestudeerden overeenkomstig de aanbeveling van de Raad over het volgen van afgestudeerden en de aanbeveling over het Europees referentiekader voor kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding (EQAVET) en het verkennen van Europese professionele kernprofielen en microcredentials.

 

  • Het opzetten en uitvoeren van internationaliseringsstrategieën voor aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding: Deze prioriteit is gericht op het instellen van steunmechanismen en contractuele kaders om hoogwaardige mobiliteit van personeel en lerenden in beroeps-onderwijs en -opleiding te bevorderen. Bijzonder belangrijke aspecten zijn de automatische wederzijdse erkenning van kwalificaties en leerresultaten en de ontwikkeling van ondersteunings-diensten voor studenten voor leermobiliteit. Die diensten kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op het informeren, motiveren, voorbereiden en faciliteren van de sociale integratie van de lerenden in het gastland en tegelijkertijd het verbeteren van hun interculturele bewustzijn en actief burgerschap.

5. Prioriteiten domein volwasseneneducatie

  • Het verbeteren van de beschikbaarheid van hoogwaardige, flexibele en erkende leermogelijkheden voor volwassenen: In het kader van deze prioriteit wordt steun geboden voor het opzetten en ontwikkelen van mogelijkheden voor flexibel leren die zijn aangepast aan de leerbehoeften van volwassenen, bijvoorbeeld door mogelijkheden te ontwikkelen voor digitaal en gecombineerd afstands- en contactonderwijs leren. Voorts wordt prioriteit verleend aan projecten waarin gewerkt wordt rond de validering van vaardigheden die zijn gecertificeerd door microcredentials of die zijn verworven via informeel en niet-formeel leren.

 

  • Het creëren van bijscholingstrajecten: Deze prioriteit is erop gericht mogelijkheden voor volwasseneneducatie te bevorderen, in het bijzonder voor volwassenen met een laag niveau van vaardigheden, kennis en competenties. Door nieuwe bijscholingstrajecten op te zetten, moeten lerende volwassenen de mogelijkheid krijgen om hun sleutelcompetenties te verbeteren en naar hogere kwalificaties toe te werken. Verder wordt binnen deze prioriteit gewerkt aan het ontwikkelen van richtsnoeren als een service om ervoor te zorgen dat volwassenen toegang hebben tot relevant leeraanbod gedurende het hele leven, aan het beter in kaart brengen en toetsen van vaardigheden, het ontwerpen van een leeraanbod op maat en het ontwikkelen van doeltreffende strategieën voor voorlichting, begeleiding en motivatie.

 

  • Het verbeteren van de competenties van vormingswerkers en ander onderwijzend en begeleidend personeel in volwasseneneducatie: Er wordt met name prioriteit verleend aan projecten om personeelscompetenties te ontwikkelen die tot algemene verbeteringen leiden in het aanbod, overeenkomstig de groene en digitale transitie. Er wordt met name prioriteit gegeven aan projecten die vormingswerkers, met inbegrip van leidinggevende teams, ondersteunen bij het aanleren in theorie en praktijk van duurzaamheidsbeginselen en bij het ontwikkelen van de digitale vaardigheden van vormingswerkers, bijvoorbeeld via de ‘stages voor digitale kansen’ en die onderwijsmethoden en -middelen verbeteren door doeltreffend gebruik te maken van innovatieve oplossingen en digitale technologieën. Er wordt prioriteit gegeven aan projecten die gericht zijn op de ontwikkeling van vaardigheden om individuele leerbehoeften te onderkennen en daarop in te spelen, zoals het ontwerpen van toegesneden trajecten of plannen die zijn aangepast aan de achtergrond en omstandigheden van de lerende, de beoordeling van eerdere kennis en vaardigheden van lerende volwassenen, betere en innovatievere leermethoden, en het versterken van de ondersteunende rol van het personeel in volwasseneneducatie bij het motiveren, begeleiden en adviseren van lerenden in uitdagende leersituaties.
  • Het creëren en promoten van leermogelijkheden voor alle burgers en generaties: Er wordt prioriteit verleend aan projecten die intergenerationeel leren creëren en bevorderen, met inbegrip van leermogelijkheden en uitwisselingen van ervaringen van alle leeftijdsgroepen, waaronder ouderen, om zo een beter begrip van de Europese Unie en haar waarden op te bouwen en de Europese identiteit te versterken.
  • Het verbeteren van de kwaliteitsborging in leermogelijkheden voor volwassenen: Met deze prioriteit wordt de ontwikkeling ondersteund van betere kwaliteitsborgingssystemen voor het beleid en het aanbod van volwasseneneducatie. Dit omvat met name de ontwikkeling en overdracht van monitoringmethoden om de doeltreffendheid van het aanbod van volwassenen-educatie te meten en de vooruitgang van lerende volwassenen te volgen.